In de Maatregelengroep 1 rond Klimaat en Energie zijn een aantal maatregelen overeengekomen om de ontwikkeling van offshore windmolenparken te stimuleren.
Maatregel 1: Aanpassing van het reglementaire kader
De werkgroep en de stakeholders wensen een stabiel reglementair kader. Eventuele latere wijzigingen mogen op de afgeleverde domeinconcessies, machtigingen en vergunningen geen invloed hebben. De federale regering verbindt er zich toe haar offshorewindbeleid te handhaven en de doeltreffendheid van het reglementaire kader te verbeteren waarbij de huidige steun gegarandeerd blijft.
Maatregel 2: Globale evaluatie van de offshorewindmolenparken ter plaatse en kostenbatenanalyse van de duurzame energiebronnen
Wat de offshorewindmolenparken betreft, herbevestigt de federale regering haar steun voor het implementeren van projecten tot 2000 MW waarbij geheel rekening wordt gehouden met de impact voor de consument. Het ministerie van Leefmilieu en Energie zal een studie bestellen voordat wordt overgegaan tot de ontwikkeling van offshore windenergie voor vermogens boven 2000 MW. Deze studie zal worden uitgevoerd in het kader van de toekomstige doelstellingen tegen 2020.
Maatregel 3: De nodige investeringen doorvoeren om de 900 MW offshore te kunnen overtreffen.
Op basis van een voorstudie die ELIA heeft uitgevoerd, zouden de eerste drie parken (C-Power, Eldepasco en Belwind) op het transmissienet kunnen worden aangesloten. Voor bijkomende projecten zijn grotere aanpassingen van het transmissienet noodzakelijk door het ontwikkelen van het 380 kV-net vanaf Eeklo naar de kust. Daarnaast lijkt het relevant om voor de bijkomende projecten een gelijkstroomverbinding te creëren. Elia is hiertoe bereid op voorwaarde dat het bedrijf de garantie krijgt dat de verschillende projecten ook daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd. In de werkgroep benadrukten sommigen dat nieuwe productie-eenheden aan de kust zouden kunnen gebouwd worden waardoor de kosten voor de uitbreiding van het net bijkomend kunnen gedekt worden en er ook een beter evenwicht (balancing) van de offshoreproductie kan komen.
In het kader van de goedkeuring van het Elia-investeringsplan zal de minister van Energie erop toezien dat de investeringen die nodig zijn voor de ontwikkeling van offshore-windmolenparken worden gepland. Hij zal er ook op toezien dat deze investeringen geen nadelige gevolgen zullen hebben voor de investeringen die nuttig zijn voor de ontwikkeling van de gedecentraliseerde productie.
Maatregel 4: De andere aanvullende technologieën bestuderen inzake offshore
(…)
Maatregel 5: Implicatie en follow-up van de internationale ontwikkelingen (bijv. TEN-E, Supergrid)
De betrokkenheid bij internationale projecten om offshorewindmolenparken te ontwikkelen, maar vooral de koppeling en de ontwikkeling van het netwerk is een prioriteit voor de federale regering. De federale minister van Energie de instanties die betrokken zijn bij de Europese projecten steunen. De administratie zal instaan voor het opvolgen van de projecten die door de buurlanden worden uitgevoerd. De minister zal nagaan of het nuttig is om het federale, wetenschappelijke beleid hierop te laten aansluiten.
Maatregel 6: Herziening van de voorwaarden en de procedures voor het toekennen van domeinconcessies en vergunningen
Een werkgroep die bestaat uit projectontwikkelaars, de administratie en de CREG zal worden opgericht om de federale procedures te vereenvoudigen en te rationaliseren.
Maatregel 7: Organisatie van een workshop over de problematiek van de burgerluchtvaart, de militaire beperkingen over de ontwikkeling van windenergie
Op initiatief van de minister van Leefmilieu, Klimaat en Energie zal een technische bespreking worden opgestart tussen de minister van Defensie, de gewesten en de stuwende krachten achter de windmolenparken.
Maatregel 8: Organiseren door het DG Energie van de FOD Economie van een conferentie over offshore-windenergie in België
De federale minister van Leefmilieu en Energie zal een conferentie organiseren over offshorewindmolenparken in samenspraak met de stuwende krachten achter de windmolenparken en de netwerkbeheerders.