De MINA-Raad heeft zich in zijn advies van 30 augustus 2007 uitgesproken over het voorontwerp van besluit van de Vlaamse regering houdende de invoering van het energieprestatiecertificaat residentiële gebouwen bij verkoop en verhuur en de uitvoering van de energieaudit.
Elke eigenaar die een residentieel gebouw wenst te verkopen, zal verplicht zijn om een energieprestatiecertificaat (bestaande uit de uitdrukking van de energieprestatie, referentiewaarden en een advies voor kosteneffectieve energiebesparingen) te laten opmaken. De verkoper van de woning moet dit certificaat voorleggen aan een kandidaat-koper, opdat die bij zijn koopbeslissing rekening kan houden met de te verwachten energiekosten. De notaris moet nagaan of de koper kennis heeft kunnen nemen van het certificaat.
Het voorliggende besluit bepaalt dat de verhuurder op verzoek van de kandidaat-huurder een geldig energieprestatiecertificaat moet kunnen voor leggen.
De MINA-Raad benadrukt in haar advies “het belang van een energieprestatieregelgeving voor de realisatie van de klimaats- en NEC-doelstellingen”. Wel stelt hij voor dat de regelgeving beter op elkaar afgestemd wordt: “Omwille van implementatiemoeilijkheden, afstemmingsproblemen en het ontbreken van een allesomvattende visie wordt de regelgeving veelvuldig bijgestuurd.”
Daarnaast stelt de Raad vast dat de nieuwe vereenvoudigde procedure ook leidt “tot minder kwalitatieve aanbevelingen voor energiebesparende maatregelen”.
De Minaraad vindt de louter verplichting voor de verhuurder om een energieprestatiecertificaat te moeten kunnen voorleggen “volstrekt onvoldoende”. Hij verwijst daarvoor naar de nieuwe Huurwet, die een schriftelijke huurovereenkomst verplicht maakt voor een woning die de huurder als hoofdverblijfplaats gebruikt. De Raad vraagt dat bij voorkeur een kopie van het energieprestatiecertificaat als bijlage wordt opgenomen of dat minstens in het contract verwezen wordt naar de unieke code van het energieprestatiecertificaat.