De federale onderhandelaars lanceren in het deelakkoord rond Duurzame Ontwikkeling verschillende beleidsprioriteiten rond klimaat en klimaatrecht voor de volgende federale legislatuur.
De partijen scharen zich volledig achter de “20-20-20 tegen 2020″-doelstellingen van de Europese Unie (20% meer hernieuwbare energie, 20% meer energie-efficiëntie en 20% minder uitstoot van broeikasgassen). Er zal op federaal vlak (maar in samenwerking met de gewesten en de stakeholders) een task force opgericht worden. “Deze task force zal een nationaal transversaal meerjarenklimaatplan uitwerken, alternatief voor fossiele energie en zal aan de regering voorstellen doen voor het vastleggen van nationale doelstellingen in het kader van post Kyoto, ondermeer rekening houdend met de engagementen van België ten opzichte van de Europese Unie. Tegelijk zal de task force vernieuwende initiatieven kunnen bestuderen meerbepaald in het domein van de inlichting van de burgers en de bedrijven over hun energieverbruik (vb een koolstofkaart) of op het vlak van de aanmoediging tot rationeel energiegebruik (vb fiscale aftrek maatregelen, maatregelen voor een compensatiefonds, een mecanisme dat toelaat de CO2-emissies van het transport te verminderen en/of te compenseren).”
Verder spraken de partijen het volgende af:
- Het gebruik van biobrandstoffen moet tegen 2020 10% bedragen;
- De federale overheid moet het goede voorbeeld geven (o.a. door energie-efficiënte gebouwen, ecoscore wagenpark, derdepartijfinanciering binnen Fedesco, opnemen van clausules bij overheidsopdrachten, …);
- Burgers en bedrijven fiscaal aanmoedigen tot rationeel energiegebruik (o.a. door “groene” fiscaliteit, het aanmoedigen van duurzaam investeren, het stimuleren van duurzame voertuigen, het stimuleren van duurzame gebouwen, het stimuleren van duurzame productie en producten, het stimuleren van duurzame energieproductie); en
- Burgers en bedrijven informeren over zuiniger energieverbruik.
“Gelet op het belang en met het oog op een goede coördinatie en op de sensibilisering van alle betrokken partijen, ziet de regering erop toe dat zoveel mogelijk bevoegdheden die betrekking hebben op duurzame ontwikkeling (energie, leefmilieu, mobiliteit, en klimaat), worden toevertrouwd aan één enkele minister. Deze is er meerbepaald mee belast om uitvoering te geven aan de wijzes waarop de maatregelen die de regering neemt getoetst worden aan hun samenhang met de vooropgestelde doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.”
Groen! heeft het deelakkoord al gewogen maar te licht bevonden. Ook de Bond Beter Leefmilieu vindt het een “flinterdun akkoord”.