Het Vlaamse Parlement boog zich de voorbije weken twee keer over de verhouding tussen de tendens om meer en meer photovoltaïsche installaties (zonnepanelen) te plaatsen en de wetgeving inzake ruimtelijke ordening.
Tijdens de vergadering van de Commissie voor Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening van 6 maart 2008 stelden de heren De Kerck en Daems een aantal vragen aan minister voor ruimtelijke ordening van Mechelen. De heer Daems stelde in opvolging van die discussie ook nog een schriftelijke vraag aan de minister.
Minister Van Mechelen ging uitvoerig in op de vragen.
Hij verwees in eerste instantie naar het besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de werken, handelingen en wijzigingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning vereist is, dat een reeks werken, handelingen en wijzigingen vrijstelt van de stedenbouwkundige vergunningsplicht, voorzover ze niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingverordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingvergunningen, bouwvergunningen of stedenbouwkundige vergunningen, onverminderd de bepalingen van andere van toepassing zijnde regelgeving.
Wanneer krachtens het Vrijstellingsbesluit werken, handelingen of wijzigingen vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht moet de overheid die in principe de vergunning zou toegekend hebben hierover niet ingelicht worden. De vrijstellingen zijn vaak niet van toepassing op de handelingen, werken en wijzigingen aan of in een beschermd of op een ontwerp van lijst voorkomend monument, onverminderd de regelgeving inzake beschermde stads- en dorpsgezichten, landschappen en archeologische sites.
Krachtens artikel 3, 5°, van het Vrijstellingenbesluit is geen stedenbouwkundige vergunning vereist voor het plaatsen van fotovoltaïsche zonnepanelen en/of zonneboilers op een plat dak of in het dakvlak van vergunde gebouwen. In dat laatste geval geldt de vrijstelling tot een maximum van 20% van de oppervlakte van het dakvlak in kwestie. De vrijstelling geldt onder de voorwaarde dat “de werken niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingverordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, bijzondere plannen van aanleg, verkavelingvergunningen, bouwvergunningen of stedenbouwkundige vergunningen.” Enkel als de verkaveling of het BPA welbepaalde dakmaterialen voorschrijft, is er een probleem.
De minister besluit dat in de gevallen van een verkavelingsvergunning of een BPA er tot 20 percent van het dakvlak vrijstelling van vergunning is. Tussen 20 en 50 percent van het dakvlak kan met een afwijking op de voorschriften van een verkaveling of BPA een vergunning worden verkregen via artikel 49 van het decreet van betreffende de ruimtelijke ordening. Boven 50 percent van het dakvlak is een verkavelingswijziging nodig.
De minister stelde wel (terecht):
We moeten opletten voor de hype van de zonnepanelen. Politici hebben de plicht om de mensen erop te wijzen dat het heel belangrijk is dat ze eerst de klassieke isolerende energiebesparende maatregelen nemen in de woning en dat zonnepanelen eigenlijk de kers op de taart zijn van een energievriendelijke woning. Het heeft geen zin om dure zonnepanelen tegen de gevel te plakken van een huis met enkel glas. Men kan beter eerst dubbel glas steken en het huis beter isoleren. First things first. Er zou in de beeldvorming een soort Ladder van Lansink moeten komen waarbij de belangrijkste zaken bovenaan staan: je moet eerst je huis goed isoleren vooraleer je gaat denken aan het plaatsen van zonnepanelen, enzovoort.
Met betrekking tot de isolatie van voorgevels die gelegen zijn op de rooilijn had Joke Schauvliege eerder al een schriftelijke vraag gesteld aan minister Van Mechelen. De minister stelde nu dat ingevolge de aanpassingen van het besluit van april 2000 zijn de strips, die men als isolatiemateriaal op de gevels kleeft, vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning (artikel 3, 5°, d), Vrijstellingenbesluit.
Tim,
Ik heb zoals de minister vraagt alle maatregelen genomen om energiebesparend te leven (dus ook het opvoeden van mijn 2 dochters met goede gewoontes). Als de kers op de taart zou ik nu zonnepanelen willen installeren. Ons dak is echter vooraan oost gericht met het gevolg is dat het dak achteraan west gericht is. Dus beide niet ideaal maar … ik kan wel op beide zonnepanelen installeren. Weliswaar halen beide niet het maximum maar samen kan ik toch een mooi rendement halen en op lange termijn toch rendabel (tenzij je je geld op de bank plaatst maar daar heeft het mileu geen winst mee, wel de bank).
Ik stelde mijn vraag aan de verantwoordelijke van ruimtelijke ordening en deze wist niet of dit volgens de steenbouwkundige regels kan. Zij sprak van de meest zuidgerichte kant maar dat is vooral belangrijk voor de subsidies. Ik persoonlijk zie geen reden. De voorkant is de straatkant en achteraan is het de tuin.
Is er volgens jou een reden waarom men dergelijke installatie zou kunnen weigeren? Er zijn geen verkavelingsvoorschriften of BPA.
Alvast bedankt,
Thierry.