Naar aanleiding van de schriftelijke vraag van Eloi Glorieux ging Minister Van Mechelen dieper in op de ruimtelijke mogelijkheden om kleinschalige windturbines te plaatsen op private eigendommen.
De minister stelde eerst vast dat gedurende de laatste drie jaren in Vlaanderen 17 aanvragen zijn ingediend (voornamelijk in West- en Oost-Vlaanderen en in Limburg). Van deze dossiers zijn er een zestal vergund.
De meeste aanvragen stuitten op een ongunstig advies bij het lokale bestuur ondere andere omdat de rotor van zulke windturbines een niet geringe visuele impact hebben en omdat men de aanvraag afweegt tegenover de eventuele hinder voor de buren. De minister herhaalde dat
we het ongebreideld toelaten van kleine windmolentjes, windrotors, windvanen, en dies meer, bij woningen, winkels, bedrijven, enz. [moeten] voorkomen [om]dat dit op langere termijn zou kunnen leiden tot een beeld vergelijkbaar met de vroegere situatie waarbij elk huis zijn aparte televisieantenne had.
Wel erkende de minister dat er geen uitgeschreven beleidsvisie op Vlaams niveau bestaat voor kleinschalige windturbines. De omzendbrief RO/2006/02 regelt enkel de grootschalige installaties. Men zou trachten om een specifiek toetsingskader te ontwikkelen.